De Ja-maar® Test meet je vermogen om te creëren. Ben jij in staat om zelf richting én vorm te geven aan je eigen leven?

De test bevat 33 vragen en duurt ongeveer 3 minuten. Als je de uitslag toegestuurd wilt krijgen, vul dan hier je e-mail adres in.

Ik vind het moeilijk van mening te veranderen.
Anderen ervaren mij als een inspirerende persoonlijkheid.
Ik vind het moeilijk om fouten te maken.
Bij alles wat ik doe, stel ik me de vraag of ik het leuk vind.
Ik kan een besluit gemakkelijk uitstellen.
Ik vind het moeilijk afscheid te nemen van mensen, situaties of voorwerpen.
Bij alles wat ik doe, ga ik net zo lang door totdat het gelukt is.
Als ik iets niet wil, zal ik het ook niet doen.
Ik zie het leven als een spel.
Ik kan goed nee zeggen.
Ik stap makkelijk op mensen af om me te laten adviseren.
Alles wat ik doe, doe ik gepassioneerd.
Ik voel me vaak opgejaagd en onrustig.
Ik kan makkelijk van strategie veranderen om mijn doel te bereiken.
Ik vind het belangrijk om aardig gevonden te worden.
Als mensen me om een gunst vragen, ben ik geneigd die te verlenen, zelfs als ik daar eigenlijk geen zin in heb.
Mensen kennen mij als iemand die makkelijk ergens een punt achter kan zetten.
Ik vind het moeilijk andere mensen te bestraffen, berispen of corrigeren.
Alles wat ik ervaar, heb ik zelf gecreëerd.
Als mensen me onder druk zetten om een beslissing te nemen, ben ik geneigd de knoop door te hakken, zelfs wanneer ik er nog niet helemaal uit ben.
Ik heb de neiging conflicten met andere mensen te ontwijken.
Ik heb een hekel aan details.
De belangrijkste beslissingen in mijn leven heb ik intuïtief genomen.
Ik zorg elke dag voor moment van stilte en rust.
Ik vind het moeilijk op een beslissing terug te komen.
Ik kan complexe situaties goed analyseren.
Ik beschouw mezelf als een geluksvogel.
Ik kom goed voor mezelf op.
Als ik met mensen afspraken maak over geld, vind ik mijn woord en dat van de ander voldoende: afspraken maken doe je op basis van vertrouwen.
Ik erger me vaak aan andere mensen.
We zijn er om elkaar te helpen.
Ik heb mijn financiën op orde.

Eind

Ja-en:
Nee-want:
Ja-maar:
Totaal:
Ja-en
Nee-want
Ja-maar
Totaal
Ja-en:
Nee-want:
Ja-maar:
Totaal:

Interpretatie

Totale score: tussen 0 en 55 punten

Klasse 1 0 t/m 55 punten

Je vermogen om je leven richting te geven is bedroevend slecht ontwikkeld. Hoe je leven er uitziet wordt in sterke mate bepaald door de omstandigheden. De kans is groot dat je het leven ervaart als iets dat je overkomt. Zoals het weer, de jaargetijden of een aardbeving. Soms heb je geluk, soms niet. Het is te hopen dat je structurele hulp hebt van een partner, werkgever of iemand anders om je leven te ordenen, anders ziet het er niet goed uit. In een groep voel je je het meest op je gemak in een dienende rol met een duidelijk omschreven taak en functie. Als zich veranderingen aandienen brengen die je per definitie uit je evenwicht. Het ergste wat je zou kunnen overkomen zijn een ontslag of echtscheiding. Kijk naar de punten per categorie waar je het snelst winst kunt boeken. Als ze alle drie ongeveer gelijk ontwikkeld zijn, is het aan te raden de nee als eerste te ontwikkelen en wat assertiever te worden. Het heeft weinig zin anderen te helpen, als je niet eerst jezelf kunt helpen.


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.

Interpretatie

Totale score: tussen 56 en 66 punten

Klasse 2 56 t/m 66 punten

Soms heb je ideeën hoe je leven er uit zou kunnen zien, maar als het er op aankomt die ideeën ook echt te realiseren, ontbreekt het je aan een aantal elementaire vaardigheden. Dingen lukken je vaak niet of slechts ten dele en je zult geneigd zijn de schuld daarvan aan de buitenwereld te geven. Je bent snel uit je evenwicht te brengen en hebt moeite om als je ergens aan begonnen bent door te gaan tot het gelukt is. Om te kunnen creëren heb je uiteenlopende kwaliteiten nodig als passie, energie en geduld. Die kwaliteiten lijken vaak tegenstrijdig. Zo moet je hard kunnen zijn, maar ook open en begripvol. Je moet er voor de volle 100% voor kunnen gaan, maar je moet ook langdurig kunnen twijfelen als de situatie daar om vraagt. Als je greep wilt krijgen op je leven, moet je ze allemaal in gelijke mate beheersen. Kijk naar je puntentotaal per categorie waar het bij jou het meest aan ontbreekt en ga daar als eerste aan werken. Als ze alle drie matig ontwikkeld zijn, is het aan te raden de nee als eerste te ontwikkelen en wat assertiever te worden. Ook voor jou geldt: het heeft weinig zin anderen te helpen, als je niet eerst jezelf kunt helpen.


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.

Interpretatie

Totale score: tussen 67 en 77 punten

Klasse 3 67 t/m 77 punten

Je beschikt over voldoende kwaliteiten om op eigen benen te staan en zelf te bepalen hoe je leven er uit ziet. Toch is de basis nog wat broos en is de kans groot dat je aan een aantal elementaire vaardigheden mist om in de `echte wereld` sterk in je schoenen te staan. Als mensen je vragen leiding te geven of verantwoordelijkheid voor een opdracht te dragen, brengt dat je in verwarring. Je wilt wel, maar kun je het ook? Je twijfel is begrijpelijk. Je hebt de ervaring dat als de druk toeneemt de kans groot is dat je de grip op de situatie kwijtraakt en onder de druk bezwijkt. In zo`n geval zul je de behoefte voelen om je terug te trekken in een veilige en kleine wereld. Om ook in een groter gezelschap je eigen ruimte te behouden, is het van belang te werken aan een aantal basisvaardigheden. Kijk naar de uitslag per categorie waar jouw winst ligt. Is ja-en matig ontwikkeld, durf dan je eigen ambities wat centraler te plaatsen. Is de nee-want matig ontwikkeld, wees dan assertiever. En heb je een matige ja-maar, leer dan om de juiste hoeveelheid tijd te nemen een goede beslissing te nemen. Niet te snel, niet te langzaam. Jij bepaalt wanneer je gereed bent om een besluit te nemen. Vertrouw of je gevoel, wat dat betreft. Ook voor jou geldt: als alle drie de basis vaardigheden ongeveer even sterk ontwikkeld zijn, is het aan te raden de nee als eerste te ontwikkelen. Het heeft weinig zin anderen te helpen, als je niet goed voor jezelf kunt opkomen.


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.

Interpretatie

Totale score: tussen 78 en 88 punten

Klasse 4 78 t/m 88 punten

Je beschikt over een gezonde basis om invloed uit te oefenen op de wereld om je heen. Je kunt voldoende onderscheid maken tussen de dingen waar je geen invloed op hebt en de dingen waar je wel invloed op kunt uitoefenen. Je bent in staat verantwoordelijkheden te dragen en leiding te geven. Toch kunnen weerstand en tegenslag je nog makkelijk uit je evenwicht brengen en de kans is groot dat je bij onverwachte gebeurtenissen in paniek of uit irritatie de situatie verergert. Zeker als er grote verschillen zijn tussen de drie posities (je kan daar meer over lezen bij "balans"). Al kan het zijn dat je bij tijd en wijle het gevoel hebt de greep op de gebeurtenissen te verliezen, na verloop van tijd zul je in staat zijn om adem te halen, nog eens goed om je heen te kijken en de draad weer op te pakken. Of het ook voldoende is om je gelukkig te voelen bij wat afspeelt, hangt in sterke mate af van het evenwicht tussen de drie posities. Zeker in jouw geval is het verstandig daar goed naar te kijken en aandacht te schenken aan een kwaliteit die wat minder goed ontwikkeld is. Als één van de drie categorieën 7 of meer punten lager scoort dan zowel de ene als de andere categorie, dan ligt daar voor jou veel winst, die je ook nog eens relatief eenvoudig kunt behalen.


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.

Wil je reageren op de test?
Klik dan hier.

Interpretatie

Totale score: tussen 89 en 99 punten

Klasse 5 89 t/m 99 punten

Je hebt een sterk ontwikkeld vermogen je leven richting en vorm te geven. Je hebt een helder zicht op je eigen mogelijkheden en beperkingen, je snapt dat je in het leven sommige dingen nou eenmaal te accepteren hebt en bent goed in staat je te richten op de dingen waar je wel invloed op kunt uitoefenen. Daarnaast beschik je over de vindingrijkheid lastige situaties soms te kantelen, openen of forceren door daar gericht energie aan te besteden. In groepen zul je vrij gemakkelijk de rol van leider op je nemen en mensen het vertrouwen geven dat de zaken goed geregeld worden. Of je hier gelukkig en tevreden mee bent, hangt af van je eigen ambities. Er zijn gebieden waar je nog heel wat winst kunt behalen, maar het is de vraag of je de bereidheid hebt om je hoofd ook echt boven het maaiveld te steken. Hoe beter je in staat bent je eigen leven richting te geven, des te meer krijg ook jij als persoon vorm. Dat is niet altijd even makkelijk. Eigenzinnige mensen kunnen voor anderen bedreigend zijn. Ze zin minder makkelijk te manipuleren of chanteren, gaan hun eigen gang en lijken zich weinig van anderen aan te trekken. De kans is groot dat je mensen kwijtraakt, die zich daar niet veilig bij voelen. Het kan zijn dat je voor het duivelse dilemma komt te staan of anderen kwijt te raken of jezelf. Die afweging is uiteraard aan jou. In jouw geval is het zeker ook interessant om te kijken naar de evenwichtigheid tussen de drie basis posities. Als daar een behoorlijk verschil tussen zit, beschik je over de potentie om vrij gemakkelijk naar de zesde klasse op te schuiven.


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.

Interpretatie

Totale score: tussen 100 en 110 punten

Klasse 6 100 t/m 110 punten

Je behoort tot een bijzondere groep mensen. Niet veel mensen halen bij deze test 100 punten of meer (iets meer dan 12%). Het kan niet anders of je beschikt in meer dan voldoende mate over de drie basisvaardigheden die nodig zijn om een creërend bestaan te leiden. Wat je doet valt samen met wie je bent. Je wisselt makkelijk van podium: alleen instilte of optredend in de openbaarheid. In beide situaties heb je het gevoel `jezelf te zijn`. Mensen zullen je zien als een eigenzinnige, creatieve geest. Je beweegt je makkelijk in groepen, maar hebt groepen niet nodig om een identiteit te vormen. Je hebt voor jezelf een soort werk gecreëerd waarin je je behoefte om het leven vorm te geven kunt uitleven. De kans is groot dat je werkt als ondernemer, kunstenaar, regisseur, vrijzinnig wetenschapper of gedreven top-sporter. Omdat je niet in hokjes denkt, is de kans groot dat je meerdere beroepen na elkaar hebt uitgeoefend of zelfs tegelijkertijd uitoefent. Mensen kunnen moe worden als ze naar je kijken, je wordt echter zelf niet snel moe. Je bent immers in staat gas terug te nemen en je batterijen tijdig op te laden. Of je genoegen neemt met deze klassering is aan jou. Als je de puntentelling per categorie bekijkt, zou het kunnen zijn, dat één categorie nog vrij makkelijk te verbeteren is. En je weet: het verschil tussen "good" en "great" kan gigantisch zijn.


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.

Interpretatie

Totale score: tussen 111 en 132 punten

Klasse supérieur > 110 punten

Tot nu toe behaalde tijdens deze test minder dan 1% meer dan 110 punten. Dat zegt iets. Je beschikt over alle kwaliteiten van klasse 6 (zie boven), maar in zo sterke mate dat je door iedereen vanaf het eerste moment van een ontmoeting als een uitzonderlijk sterke persoonlijkheid herkend zult worden. Je zult als vanzelf mensen aantrekken en enthousiasme genereren. Je kunt het niet-niet. Het is zo`n natuurlijk onderdeel van wie je bent, dat je jezelf nauwelijks kunt voorstellen dat er mensen zijn die niet zo leven. Grote ondernemingen, complexe projecten en nieuwe uitdagingen ga je met plezier en nieuwsgierigheid te lijf, je altijd laten leidend door je eigen passie en betrokkenheid. Dat het je op een bepaalde manier eenzaam maakt heb je al lang geleden ingezien. Voor jou is dat geen item. Je weet dat op een bepaalde anier eenzaamheid niet bestaat. Dus heb je mensen niet nodig om zoiets als eenzaamheid op te heffen


2) Balans

De totaaluitslag van de test is de belangrijkste uitslag. Toch kan ook het verschil in punten tussen de drie posities nog belangrijke, aanvullende informatie bevatten. Als er tussen de hoogste en de laagste score veel of weinig verschil is, zegt dat iets over de mate van evenwicht tussen de drie posities. Om de balans tussen de drieposities vast te kunnen stellen, trek je de score van de categorie met de minste punten af van de categorie met de meeste punten. Dit getal bepaalt je afwijking. Bijvoorbeeld:

Ja-en (22), nee-want (25), ja-maar (24)
Afwijking bedraagt 3 punten

Ja-en (30), nee-want (34), ja-maar (35)
Afwijking bedraagt 5 punten

Ja-en (21), nee-want (26), ja-maar (16)
Afwijking bedraagt 10 punten

Als je je afwijking hebt vastgesteld, kan je hieronder terugvinden wat dat betekent.

In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe meer balans, des te beter. Aan de andere kant: als er veel verschil bestaat tussen de drie posities, is daar ook veel (relatief gemakkelijke) winst te behalen. Bedenk echter wel: hoe meer punten per categorie, des te beter. Probeer dus nooit het evenwicht te herstellen door één van de drie kwaliteiten minder te gaan beheersen, maar breng het evenwicht juist tot stand door de minst ontwikkelde kwaliteit(en) te versterken.

Harmonie 0 t/m 5 punten

De drie posities zijn zeer goed met elkaar in harmonie. Een afwijking van minder dan 5 punten is bijzonder, bij de meeste mensen is één kwaliteit duidelijk minder ontwikkeld dan de andere twee. Als de drie posities in harmonie zijn, is er geen specifiek aandachtspunt. Als je hoger op de Ja-maar® Test wilt scoren, besteedt dan in gelijke mate aandacht aan alle drie de posities om de harmonie te bewaren.

Evenwicht 6 t/m 10 punten

Er is sprake van een zekere mate van evenwicht tussen de drie posities. Eén of twee posities kunnen echter versterkt worden om wat meer evenwicht tot stand te brengen. Vooral de positie met de minste punten is interessant om te bekijken. Is het ja-en, onderzoek dan welk deel van ja-en voor jou interessant is, accepteren of passie en doorzettingsvermogen. Is nee je leerpunt, ga dan beter je grenzen stellen en besef dat het je belemmert te doen wat je wilt doen. Als ja-maar het minst ontwikkeld is, neem dan de tijd die nodig is om een beslissing te nemen. Leer zowel te bezinnen als kritisch na te denken.

Disbalans 11 t/m 15 punten

De drie posities lopen qua score sterk uiteen. Je beheerst één of twee basisvaardigheden duidelijk te weinig in verhouding tot de andere(n). Beoordeel aan de hand van de scores welke van de drie posities bij jou het minst ontwikkeld is. Als de ja-en score te weinig ontwikkeld is, dan ligt dat aan je moeite de werkelijkheid te accepteren (ga dat leren, het zal je rust geven) of je onvermogen vast te houden aan je eigen passie en doorzettingsvermogen. Leer in dat geval je tanden er in te zetten en te blijven zetten tot je je doel bereikt hebt. Als de nee-want score te weinig ontwikkeld is, ben je relatief onvoldoende in staat voor jezelf op te komen. Besef dan dat aardigheid je weinig zal brengen (behalve bij de verkeerde mensen). En als de ja-maar score te weinig ontwikkeld is, dan ben je te veel doener en te weinig denker en bezinner. Geef de twijfel meer ruimte in je leven. Het aardige is dat je daardoor uiteindelijk meer greep zult krijgen op de gebeurtenissen.

Disproportie > 16 punten

Alles wat geldt voor de positie zoals hierboven omschreven (disbalans), geldt ook voor jou. Alleen in zeer sterke en dus zorgelijke mate. Gemiddeld scoort slechts zo`n 8% een afwijking op de test van 16 of meer punten. Het betekent dat je een kwaliteit in verhouding tot andere kwaliteiten zeer matig beheerst. Het kan niet anders of dat leidt tot een sterke mate van onevenwichtigheid. Omdat je een bepaalde kwaliteit niet of nauwelijks ontwikkeld hebt, is de kans groot dat je op momenten dat je die kwaliteit nodig hebt, zult teugvallen op één van de andere twee kwaliteiten.

- Nee-want disproportie

Als je het moeilijk vindt nee te zeggen, is de kans groot dat je het probleem wat daardoor ontstaat, probeert op te lossen door je ja-en kwaliteit in te zetten. Concreet: als je werk op je schouders neemt, waar je eigenlijk geen zin in hebt (maar je kan geen nee zeggen), is de kans groot dat je het probleem oplost door de ja-en kwaliteit in te zetten (en er `dan maar` tegenaan te gaan). Op de lange duur creëert deze nee-want disproportie een onontkoombaar probleem (de twee belangrijkste kenmerken van mensen met burn-out is dat ze geen nee kunnen zeggen en ambitieus en perfectionistisch zijn: een zwakke nee-want en een sterke ja-en, dus). In het geval je geen nee kunt zeggen, is de ja-en kwaliteit dus geen zegen maar een valkuil. En om het ingewikkeld te maken: je lost het niet op door inder ja-en te zeggen (daarmee zou je iets wat je goed kunt geweld aandoen), maar door de nee-want positie beter te beheersen. Je moet leren niet-doen.

- Ja-maar disproportie

Zo geldt ook dat als de ja-maar positie te weinig ontwikkeld is in relatie tot de andere twee posities, de kans groot is dat je het gebrek aan kritisch vermogen (ja-maar) compenseert door je steeds opnieuw met groot enthousiasme in nieuwe projecten te storten (ja-en), die je na verloop van tijd weer moet beëindigen (nee-want), omdat je nou eenmaal te weinig tijd had genomen om eerst goed na te denken of het wel bij je past.

- Ja-en disproportie

De mogelijk meest tragische disproportie is een relatief matige ja-en. Je weet dan wel wat je niet wilt (nee-want), en je weet ook wel waar je over twijfelt (ja-maar), maar at je wél wilt ... Ook voor jou geldt: minder twijfelen (ja-maar) of minder assertief zin (nee-want) is niet de oplossing. De oplossing ligt in het versterken van je de ja-en positie.